Het onstaan van de parochie Schimmert

Uit de naam van de parochie, St. Remigius, is al een groot deel van de geschiedenis van de parochie af te leiden. Remigius was een Franse bisschop die zetelde in de stad Reims. Daar liggen ook de eerste wortels van de huidige parochie. In het oudste gedenkboek (847) van de abdij van St. Remigius te Reims vinden we Schimmert vermeld staan als “Schimorta”. Uit het gedenkboek blijkt dat de abdij cijnzen en andere bezittingen in Schimmert had. Deze bezittingen breiden zich nog verder uit als in 968 koningin Gerberga de palts van Meerssen met de omliggende dorpen en landerijen aan de aartsabdij van Reims schenkt. De bemoeienis van de kerk wordt nog verder versterkt als in de twaalfde eeuw vanuit Reims de proosdij van Meerssen wordt gesticht. Kerkelijk gezien was Schimmert toen een filiaal van Meerssen, want tot de proosdij behoorden 4 kapellen die lagen in Schimmert, Houthem, Bunde en Amby. Vanuit Meerssen werden die kapellen bediend. De kanunniken en/of monniken waren op de eerste plaats verbonden aan de hoofdkerk Meerssen, want ze hadden immers de plicht om elke dag aanwezig te zijn bij de Lauden en de Eucharistieviering. Daar werden ook de belangrijkste sacramenten toegediend. Daar werd gedoopt, getrouwd en begraven. De ziekenzalving en ziekencommunie werd door de priester van de week in het hele gebied toegediend. De gelovigen moesten de 6 km afstand tussen Meerssen en Schimmert, meestal te voet afleggen. In de kapel van Schimmert was tenminste zondags een H. Mis en werd er biecht gehoord door een van de kapelaans. Voor de overige sacramenten was men aangewezen op de hoofdkerk te Meerssen. Doopsels mochten slechts in noodgevallen in de kapel ontvangen worden. Dit gold ook voor begrafenissen en huwelijken. Langzamerhand groeide de dorpen uit tot eigen gemeenschappen, maar het duurde nog tot de 16de eeuw voordat Schimmert een zelfstandige parochie werd. De exacte datum van de oprichting is moeilijk te bepalen. Er zijn een drietal data, die allen historische gezien kunnen kloppen. De data zijn 1569, 1570, 1583. Als eerste 1569. Op 14 mei van dat jaar hield de eerste bisschop van Roermond, Mgr. Lindanus (1562-1588) zijn eerste synode. (Het oud-bisdom Roermond werd in 1559 opgericht onder Philips II.) Uit zijn schrijven over deze synode blijkt dat Schimmert behoorde tot het dekenaat van Valkenburg. Er wordt zelfs de naam van de pastoor genoemd: Martinus Boschhouwers. Sterkere papieren heeft het getal 1570. Deze datum is af te leiden uit de tekst uit het Staatsarchief te Brussel uit 1654, geschreven door proost Petrus Hanonius van Meerssen:
"De provoosten van Meerssen - na de grote gevaren geconstateerd te hebben die dreigden voor de kinderen, die onderweg stierven door kou en het slechte weer - hebben in de kerken van Amby, Bunde, Schimmert en Houthem, die alleen maar kapellen waren, afhankelijk van Meerssen, een doopvont laten aan brengen en genoemde rectoraten tot parochie verheven, met toewijzing van het canonieke aandeel op de tienden."
Een tweede aanwijzing voor die datum is te vinden in de teruggevonden doopvont. Het jaartal 1570 is daarin te herkennen. Tenslotte is er 1583. In het Registrum Memoriale van Schimmert schrijft pastoor Rutten dat de verheffing tot parochie in 1583 zou zijn gebeurd onder bisschop Lindanus, eerste bisschop van Roermond. Hij komt tot die conclusie omdat toen de goederen van het Catharina-altaar aan het toen bestaande rectoraat geschonken werden.


De teruggevonden doopvont en een close-up van de inscriptie

Is de tegenstelling tussen de data verklaarbaar of niet? Wellicht dat een en ander te maken heeft met het pasopgerichte bisdom Roermond in 1559. We zitten als het ware in een overgangssituatie. De ene overheid start op (bisdom), terwijl de andere overheid (proost) probeert te behouden wat hij heeft. Drie zaken kunnen deze gedachten ondersteunen. Ten eerste: dat de start van het bisdom niet vloeiend is verlopen, blijkt wel uit het feit dat Mgr. Lindanus, pas 6 jaar na zijn benoeming (1562), zijn zetel te Roermond kon innemen, omdat de Roermondse overheid en bevolking een afwijzende houding had aangenomen. Ten tweede: verzet was er natuurlijk ook vanuit de proosten. Een deel van hun inkomsten en macht valt weg. Wat de inkomsten betreft: om voor de bisschoppen een inkomen te verschaffen, kreeg de bisschop een of meerdere abdijen aangeboden. Men noemde deze inkomsten een tafelgoed. De tienden die Schimmert aan de proost van Meerssen verschuldigd waren, kwamen nu toe aan de bisschop. Ten derde: dat de uiteindelijk strijd over wie de macht heeft nog niet direct beslist was, blijkt uit het feit dat de proost 8 jaar na de benoeming van de bisschop nog durft te beslissen dat Schimmert verheven wordt tot parochie. Blijkbaar voelt hij zich nog machtig genoeg om deze uitspraak te doen. Schimmert zal uiteindelijk pas in 1572 door de bisschop worden gevisiteerd. Uiteindelijk zou 1583 gezien kunnen worden als een eindpunt van deze overgang. De schenking van de goederen door de bisschop kan geďnterpreteerd worden als een bekrachtiging van de verheffing tot parochie door de proost van Meerssen. Immers een parochie zonder inkomsten was ondenkbaar, omdat ze zorgden voor het levensonderhoud van de priester. Schimmert moet in 1620 een parochie zijn geweest, omdat sindsdien doopregisters bewaard zijn.

terug naar overzicht  |  omhoog naar historie